Biografie Peter Goldsbury Sensei

Peter Goldsbury begon met aikido in 1970, toen hij studeerde aan de universiteit. Hij had al eerder over deze krijgskunst gehoord van een vriend, die in Frankrijk had gestudeerd, maar kon aikido pas zelf gaan beoefenen toen een Japanse 3e danner als gaststudent kwam studeren aan de Sussex University. De lessen bestonden uit ukemi, basis waza, wapentraining (bokken, jo, tanto) en veel crosscountry over de heuvels rond de universiteit. Sommige van zijn vrienden waren fanatieke lopers en vormden een ‘marathon’ groep. Hij gebruikte het lange afstand lopen als ademhalingstraining.

Nadat de Japanse student terug naar Japan ging, moest Peter Goldsbury een manier vinden om deze kleine groep in stand te houden en reisde naar Londen, om te trainen met andere leraren, met inbegrip van een Japanse leraar genaamd Kazuo Chiba. Na een periode in de Verenigde Staten, als een student aan de Harvard University, trainend onder een schoolvriend van Chiba genaamd Mitsunari Kanai, keerde hij in 1975 terug naar Londen om zijn Ph.D. te voltooien. Peter Goldsbury vervolgde zijn aikidotraining in de Ryushinkan Dojo, geleid door Minoru Kanestuka. Nu een yudansha, raakte hij betrokken bij het aikido in Nederland na een ontmoeting met Peter Bacas. Peter Bacas wilde een onafhankelijke aikido organisatie in Nederland vormen en uiteindelijk werd de technische leiding van deze organisatie doorgegeven aan Minoru Kanetsuka en zijn universiteit senior, Masatake Fujita. Deze periode was een turbulente tijd voor aikido in Europa, met de politieke geschillen die zich voordeden onder de Japanse leraren evenals hun studenten. Peter Goldsbury bezocht Nederland regelmatig met M Kanestsuka om te trainen in Den Haag, waar P Bacas woonde, en ook in Amsterdam met Bacas en Erik Louw. Er waren ook trainingsseminars met de Japanse leraren die woonachtig waren in Europa, zoals Nobuyoshi Tamura, Katsuaki Asai, Masatomi Ikeda, en gastleraren zoals Morihiro Saito. Het was een spannende tijd om aikido te beoefenen.

In 1980 ging Peter Goldsbury wonen in Hiroshima, Japan, waar hij een professor aan de Universiteit van Hiroshima werd. Hij onderhoudt een nauwe relatie met de Aikikai in Tokio en trainde met alle Japanse senior-leraren in de Hombu Dojo, met inbegrip van Seigo Yamaguchi, Hiroshi Tada en uiteraard Masatake Fujita. Hij is ook zeer actief in de organisatie van aikido overzee en de afgelopen 20 jaar is Peter Goldsbury de voorzitter van de IAF. Momenteel 7e dan, leidt hij een dojo in Higashi-Hiroshima met twee Duitse collega’s. Daarnaast geeft hij wapentraining in een dojo in Hiroshima City samen met een Japanse vriend die rond dezelfde tijd met aikido begon. Alle senior leraren in de AKN die Hiroshima hebben bezocht, hebben getraind in één van deze twee dojo’s.

Enkele gedachten:

Nederlandse aikidostudenten zijn over het algemeen groot, met lange benen. Aikido is gecreëerd door een man die veel kleiner was, met kortere benen, als een worstelaar. Het gevolg is dat Nederlandse aikidoka’s sommige dingen minder makkelijk kunnen doen en andere dingen juist makkelijker.

Men moet absoluut eerlijk zijn aikido beoefenen en ook trainen met in acht neming van leeftijd en lichamelijke conditie. De interessantste uitdaging van aikido is dat het is bedoeld om te worden beoefend door een veel bredere leeftijdsgroep dan gevechtssporten als MMA. Dit betekent dat een ouder persoon, met meer ervaring, kan oefenen met een jonger en sterkere persoon, en hier beide voordeel uit halen.

Een dojo is een organisatie en dus kan ‘politiek’ niet volledig worden vermeden. Maar elke politieke activiteit moet plaatsvinden met dezelfde openheid, eerlijkheid en het bewustzijn van de uitdagingen die verbonden zijn aan een aikidotraining.

Reacties gesloten.